Korte samenvatting:
Een modern sprookje over liefde, twijfel en verleiding, dat zich afspeelt in een huis dat overal kan staan. Het vertelt het verhaal van verzorging van de tuin rond het huis, tegelijk met de zielenroerselen van de vrouw des huizes.
Fragment:
Moira zat in haar eentje aan tafel. Haar elleboog steunde op het tafelblad, haar kin rustte op haar gebalde vuist. Met haar andere hand roerde ze afwezig in een dampende kop thee. Ze tuurde met half toegeknepen ogen naar buiten, waar het hartje zomer was. De zon scheen fel en deed de temperatuur zelfs op dit vroege tijdstip al tot boven de vijfentwintig graden oplopen. In huis was het veel koeler. Daarom was Moira liever daar. Ze hield niet van hitte, omdat ze nauwelijks zweette. Blootgesteld aan de felle zon stond ze voor ze het wist te tollen op haar benen. Dus bleef ze binnen, op haar lievelingsplekje bij het raam dat uitkeek op de weelderige tuin die het kleine vrijstaande huis omringde.
In de tuin stond het vol met zomerbloemen en bloeiende kruiden. Insecten vlogen af en aan. Vlinders fladderden door de lucht en deden haar denken aan de blaadjes die in de herfst van de bomen dwarrelden. Hier en daar hing een spinnenweb waarvan de draden glommen in de zon. Het kortgeleden gezaaide gras was prachtig van kleur en bewoog heen en weer in de warme wind, als een golvende groene zee. Midden op het veld stonden een appelboom en een kersenboom. De takken van de rozenstruiken, aan de rand van het gras, bogen door onder het gewicht van de vele bloemen.
Van alle bloemen in de tuin, vond Moira de rozen het mooist. Niet alleen omdat de roodtint diep en fluwelig was, maar vooral omdat ze de rozen met liefde associeerde. Ze hield ervan om de tere bloemblaadjes aan te raken en de heerlijke geur ervan op te snuiven.
Zolang de rozen in de tuin bloeiden, was de liefde tastbaar.
Luca stond in gebogen houding op het gazon. Moira zag dat hij de paar sprietjes onkruid die zich in het gras genesteld hadden uit de grond trok. Met wortel en al, zodat de plantjes niet opnieuw konden opkomen. Vooral voor de paardebloemen was hij meedogenloos. Zodra hun zaadbollen door de wind uiteengeblazen werden en alle kanten op zweefden, was er geen redden meer aan. Voor ieder paardebloem die kans zag haar zaad de lucht in te schieten, kwamen er minstens tien soortgenoten bij. Dat betekende nog meer werk, waar Luca niet op zat te wachten.
In de tuin stond het vol met zomerbloemen en bloeiende kruiden. Insecten vlogen af en aan. Vlinders fladderden door de lucht en deden haar denken aan de blaadjes die in de herfst van de bomen dwarrelden. Hier en daar hing een spinnenweb waarvan de draden glommen in de zon. Het kortgeleden gezaaide gras was prachtig van kleur en bewoog heen en weer in de warme wind, als een golvende groene zee. Midden op het veld stonden een appelboom en een kersenboom. De takken van de rozenstruiken, aan de rand van het gras, bogen door onder het gewicht van de vele bloemen.
Van alle bloemen in de tuin, vond Moira de rozen het mooist. Niet alleen omdat de roodtint diep en fluwelig was, maar vooral omdat ze de rozen met liefde associeerde. Ze hield ervan om de tere bloemblaadjes aan te raken en de heerlijke geur ervan op te snuiven.
Zolang de rozen in de tuin bloeiden, was de liefde tastbaar.
Luca stond in gebogen houding op het gazon. Moira zag dat hij de paar sprietjes onkruid die zich in het gras genesteld hadden uit de grond trok. Met wortel en al, zodat de plantjes niet opnieuw konden opkomen. Vooral voor de paardebloemen was hij meedogenloos. Zodra hun zaadbollen door de wind uiteengeblazen werden en alle kanten op zweefden, was er geen redden meer aan. Voor ieder paardebloem die kans zag haar zaad de lucht in te schieten, kwamen er minstens tien soortgenoten bij. Dat betekende nog meer werk, waar Luca niet op zat te wachten.


